NAC beschermt tegen contrastgeïnduceerde nefropathie

Suppletie met N-acetylcysteïne vermindert het risico van contrastgeïnduceerde nefropathie. Dat blijkt uit de resultaten van een Amerikaanse studie.
Bepaalde risicogroepen, zoals mensen met nieraandoeningen, hoge bloeddruk of suikerziekte lopen door de toepassing van contrastvloeistof bij röntgenologisch onderzoek risico van een verslechterde nierfunctie. Dit door de mogelijke schade die door het jodiumhoudende bestanddeel van deze vloeistof wordt aangericht. In een enkel geval kan het zelfs tot een volledige uitval van de nierfunctie leiden.
Voor het onderzoek werden de resultaten van 16 gecontroleerde studies waarin het preventieve effect van NAC ten aanzien van deze ernstige complicatie werd getest, aan een meta-analyse onderworpen. Het betrof hierbij in totaal 1677 patiënten, van wie 39% met suikerziekte. De gemiddelde leeftijd was 68 jaar. De gemiddelde creatininespiegel, een maat voor de nierfunctie, was bij aanvang hoger dan normaal, namelijk 1,58 mg/dl. In alle studies bestond de NAC-suppletie (oraal of intraveneus) uit een dagelijkse dosis van minimaal 1200 mg of de toediening van een enkele dosis van minimaal 600 mg NAC binnen de 4-uurs-periode waarin het lichaam daadwerkelijk aan de contrastvloeistof was blootgesteld.
Uit de resultaten bleek dat de suppletie met NAC tot een 48% verlaagd risico van contrastgeïnduceerde nefropathie leidde. Dit in vergelijking met de situatie waarin de toepassing van contrastvloeistof niet met NAC-suppletie gepaard ging.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+