Oogstopbrengst en microbiële samenstelling

In de landbouw is het gebruikelijk om op eenzelfde grondstuk taxonomisch niet-verwante planten te roteren. Een reden hiervoor is dat pathogenen specifiek zijn voor een enkele plant. Wanneer tijdens opeenvolgende jaren nauw verwante gewassen gekweekt worden, zou de kans op ziekteverwekkers groter kunnen zijn. Het effect ervan op de gewasopbrengst is echter weinig onderzocht.

In een tweejarig veldexperiment werden 35 gewassen met verwantschap aan de tomaat (Solanum lycopersicum) getest. In het eerste seizoen werden onder andere tomaten (dezelfde soort), aubergine (hetzelfde geslacht als tomaat, maar een andere soort) en paprika’s (dezelfde familie als tomaat, maar in een ander geslacht en soort) gekweekt. Ook werden maïs, tarwe en rogge verbouwd die veel verder weg verwant zijn aan de tomaat. In het tweede seizoen verbouwden de onderzoekers alleen tomaten op alle percelen.

Op percelen waar in het eerste seizoen tomaten werden geteeld, was de tomatenopbrengst in het tweede jaar gemiddeld 15% lager. Op geen van de andere percelen was er echter een significante daling van de tomatenopbrengst. De microbiële samenstelling van de bodem was vergelijkbaar tussen planten die taxonomisch verwant waren.

Het resultaat suggereert dat deze vruchtwisseling inderdaad belangrijk is voor de opbrengst, maar het effect mogelijk niet verder reikt dan het soortniveau.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+