Autisme mede door omgevingsfactoren

Bij het ontstaan van autisme blijken omgevingsfactoren en genetische factoren beiden een even groot aandeel te hebben. Dit blijkt uit een grootschalige studie die gepubliceerd werd in JAMA.

Aan de Zweedse studie namen meer dan twee miljoen kinderen deel die geboren werden in de periode van 1982 tot eind 2006. Tot eind december 2009 werd bekeken welke kinderen een autismestoornis ontwikkelden en of er een familiair verband aanwezig was tussen ouders, kinderen, broers/zussen en neven/nichten.

Er werd bij 14.516 kinderen een autistische stoornis gediagnosticeerd. Kinderen met een autistische broer of zus hadden met tien keer een significant verhoogde kans om zelf ook een autismestoornis te krijgen. Wanneer een halfbroer of -zus autisme had, was het risico met driemaal significant verhoogd. Bij een neef of nicht met autisme was er een significante verdubbeling van het risico. De onderzoekers berekenden dat genetische aanleg voor 50% verantwoordelijk was voor het ontstaan van de aandoening. Voor het overige deel blijken omgevingsfactoren verantwoordelijk. Vooral complicaties bij de geboorte zijn van invloed op het ontstaan van autisme, maar welke factoren exact een rol spelen is nog niet duidelijk.

Dit is de eerste studie naar autisme waaruit blijkt dat omgevingsfactoren een dergelijk grote invloed hebben op het ontstaan van de aandoening. In eerdere studies werd vooral genetische predispositie als causale factor gezien.

Woordenlijst

ORTHO magazine

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+