De relatie tussen antioxidanten uit de voeding en cognitieve functies bij ouderen

Antioxidanten spelen een rol bij processen als atherosclerose, veroudering en schade aan zenuwcellen en bij processen die de cognitieve functie aantasten, zoals bij dementie. De cognitieve functie omvat geheugen, probleemoplossend vermogen, oriëntatie en abstractienivau. In een bevolkingsonderzoek werd bij 5.182 mensen tussen de 55 en 95 jaar bestudeerd of er een verband was tussen de inname van bètacaroteen, vitamine C en E uit de voeding en de cognitieve functie. Inname werd gemeten via een voedingslijst; de cognitieve functie werd gemeten met de MMSE (Mini-Mental State Examination) en was normaal of verlaagd. De gemiddelde inname van bètacaroteen was 1,4 mg/dag, van vitamine C 113,2 mg/dag en van vitamine E 12,9 mg/dag. Na correctie voor leeftijd, opleidingsniveau, geslacht, roken, totale calorie-inname en inname van andere antioxidanten werd een significant verband gevonden tussen een verlaagde bètacaroteen-inname (<0,9 mg t.o.v. ?2,1 mg/dag) en de afname van een aantal cognitieve functie. Een dergelijk verband werd niet aangetoond voor vitamine C en E. De bevinding ondersteunt de stelling dat voedsel rijk aan bètacaroteen ouderen beschermt tegen achteruitgang van de cognitieve functie.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+