Dubieus effect van antioxidanten

De gangbare opvatting is dat vrije zuurstofradicalen (Reactive Oxygen Species, ROS) en vrije stikstofradicalen (Reactive Nitrogen Species, RNS) die tijdens inspanning onder andere vrijkomen in de mitochondriën, leiden tot spierschade, vermoeidheid en een trager herstel na inspanning. Om deze reden slikken sporters vaak antioxidanten. De bevindingen van Dr. Troy Merry van de University of Auckland (Nieuw Zeeland) en Dr. Michael Ristow van de ETH Zürich staan echter lijnrecht tegenover deze opvatting. Zij stellen dat suppletie met antioxidanten het trainingseffect onder invloed van de vorming van ROS/RNS tenietdoet.

De eerste studie die het effect van antioxidanten bij inspanning aan de kaak stelde stamt uit 2009. Inmiddels is er voldoende bewijs dat de release van ROS en RNS tijdens inspanning leidt tot een betere cellulaire afweer, een verbetering van de insulinegevoeligheid en een verhoging van de biogenese van mitochondriën. Bovendien reguleert matige lichamelijke inspanning het endogene antioxidatieve systeem. Dit effect is vermoedelijk verantwoordelijk voor de gezondheidsbevorderende werking van inspanning. De wetenschappers stellen dat de hoeveelheid ROS/RNS die onder invloed van inspanning vrijkomt onschadelijk is voor het organisme. Het (exogeen) gebruik van antioxidanten zou deze trainingseffecten echter verminderen.

Desondanks zijn er studies die aangetoond hebben dat antioxidanten zoals vitamine C en E spiervermoeidheid kunnen tegengaan en het herstel na inspanning bevorderen.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+