Middel-lengte ratio beter dan BMI

De BMI raakt langzaam in onbruik als het aan Britse wetenschappers ligt. De BMI blijkt namelijk niet altijd een goede voorspeller voor obesitas. Bovendien bestaat er een beter alternatief.

De wetenschappers voerden bij 81 proefpersonen met een gemiddelde leeftijd van 38 jaar een dexa-scan uit. Hiermee werd het vetpercentage alsmede de hoeveelheid abdominaal vet (buikvet) vastgesteld. Vervolgens werden de uitkomsten vergeleken met die van vijf eenvoudige methoden om obesitas vast te stellen. Het betrof de BMI, middelomtrek, middel-heup ratio, middel-lengte ratio en tenslotte het middel gedeeld door de helft van de lichaamslengte. Op basis van de dexa-scan werd obesitas vastgesteld bij een vetpercentage van minimaal 25% bij mannen en minimaal 35% bij vrouwen of wanneer iemand zich bevond in het hoogste tertiel abdominaal vet.

De beste voorspeller voor het vetpercentage en de hoeveelheid buikvet bleek niet de BMI maar de middel-lengte ratio. Dit gold voor zowel mannen als vrouwen. Een methode die al langer bestaat en waarbij de middelomvang (centimeters) wordt gedeeld door de lengte (centimeters). Bij mannen was sprake van obesitas bij een ratio hoger dan 0,53 en bij vrouwen hoger dan 0,54. Het afkappunt voor abdominaal vet was voor zowel vrouwen als mannen 0,59. De BMI bleek ten opzichte van de dexa-scan bij bijna 37% van de proefpersonen obesitas te missen.

Volgens de wetenschappers is de middel-lengte ratio een betere voorspeller voor obesitas dan de BMI. Bij deze laatste methode worden vooral personen gemist met een normale BMI, maar met een grote hoeveelheid abdominaal vet.

 

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+