Minder hart- en vaatziekten met optimale ijzerstatus?

Een optimale ijzerstatus blijkt geassocieerd met een lager risico van cardiovasculaire aandoeningen.

Om het verband tussen de ijzerstatus en het cardiovasculaire risico te onderzoeken maakten de wetenschappers gebruik van zogenaamde ‘mendelian randomisation’, een methode waarbij genvarianten worden gebruikt om verbanden te onderzoeken. Er werd gekeken naar drie polymorfismen (rs1800562 en rs1799945 van het HFE–gen en rs855791 van het TMPRSS6-gen) die geassocieerd zijn met vier biomarkers voor de ijzerstatus, te weten serumijzerconcentratie, transferrineverzadiging, ferritine en transferrine. Deze genvarianten zijn gecorreleerd aan de systemische ijzerstatus en gebaseerd op genoomonderzoek met bijna 49.000 proefpersonen. Om het verband tussen de polymorfismen en hart- en vaatziekten verder te onderzoeken werden de resultaten van twee eerdere meta-analyses samengevoegd met in totaal 124.547 patiënten met een hart- of vaatziekte en 254.185 gezonde personen.

Personen met een polymorfisme dat geassocieerd is met een adequate ijzerstatus hadden een significant lager cardiovasculair risico. Zo nam het cardiovasculaire risico met 6% significant af voor iedere toename van de serumijzerspiegel. Een toename van ferritine ging gepaard met een significante risicoreductie van 15%. Het verband tussen de ijzerstatus en de kans op hart- en vaataandoeningen bleek causaal.

De ijzerstatus blijkt gerelateerd aan het risico van hart- en vaataandoeningen. Dit werd eerder al gezien in observationele studies, maar nu bevestigd op basis van genoomonderzoek.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+