Reactie op foliumzuur genetisch bepaald

In de genen is vastgelegd hoe mensen reageren op behandelingen die de homocysteïnespiegel verlagen. Dit is de uitkomst van een Duits onderzoek. Mensen die op beide chromosomen een mutatie hebben in het gen dat het enzym MTHFR codeert, het zogenaamde TT-genotype, hebben het meeste baat bij suppletie met homocysteïneverlagende middelen. MTHFR (methyleentetrahydrofolaat reductase) levert het foliumzuur aan dat van belang is bij het metabolisme van homocysteïne. Wanneer de MTHFR-activiteit door een mutatie afneemt, stijgt de homocysteïnespiegel. Bij mensen met een mutatie op één of geen enkel chromosoom, respectievelijk het CT- en CC-genotype, is suppletie met foliumzuur effectiever in het verlagen van het homocysteïne dan suppletie met methyltetrahydrofolaat (MTHF). Aan een gezamenlijk onderzoek van de universiteiten van Bonn en Hannover deden 160 vrouwen mee. Gedurende acht weken slikten de vrouwen willekeurig 400 µg foliumzuur, 480 µg MTHF of een placebo. De doses foliumzuur en MTHF leverden beiden hetzelfde aantal moleculen foliumzuur. Aan het begin van de studie en na vier en acht weken werden bloedmonsters afgenomen. De verandering in de homocysteïnespiegel was afhankelijk van de soort suppletie en het genotype. Door suppletie met foliumzuur daalde bij alle genotypen de homocysteïneconcentratie significant met 13% of meer. De grootste afname (20%) trad echter op bij de vrouwen met het TT-genotype. De MTHF-suppletie deed de homocysteïnespiegel eveneens dalen, maar enkel bij de vrouwen met het CT-genotype was deze afname (7%) significant. De grootste afname (15%, hoewel niet significant) deed zich wederom voor in de TT-groep. Dr Iris Fohr publiceerde de resultaten in de American Journal of Clinical Nutrition.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+