Uitspraak Europees Gerechtshof onduidelijk

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

5 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee

Op 12 juli deed het Europese Gerechtshof zijn uitspraak inzake de geldigheid van de nieuwe Europese Richtlijn voor Voedingssupplementen (zie hieronder). Kort dag, gezien het feit dat deze richtlijn al 1 augustus in werking zou gaan treden. Tegen de verwachting in brengt de uitspraak geen klaarheid voor de situatie op de langere termijn. Zo interpreteren de Alliance of Natural Health (ANH), die de klacht tegen de richtlijn had ingediend, en de NPN, de Nederlandse branchevereniging, het oordeel geheel verschillend. Toch is er voor Nederland voor de korte termijn genoeg duidelijkheid.
Opmerkelijk was dat het Europees Gerechtshof op zijn eigen manier het advies, dat de belangrijkste adviseur van het Hof, Advocaat Generaal Geelhoed, op 5 april jl. had gegeven, gestalte had gegeven (zie ook Ortho nr.3, 2005, plag. 128: Wat is de stand van zaken?). Zo is nu duidelijk dat de wet op 1 augustus in werking treedt. In de wet blijven de principes van een positieve lijst en die van veiligheidsdossiers gehandhaafd. Op de korte termijn geeft dit zekerheid betreffende de verkrijgbaarheid van voedingsstoffen in Nederland. Zo is in Nederland, evenals in een klein aantal andere Europese landen, door de overheid derogatie verleend voor de stoffen, waarvoor een veiligheidsdossier is ingediend. Dat betekent dat deze stoffen in ieder geval in de handel mogen blijven tot het moment dat het dossier is beoordeeld. Het betreft zo’n zeventig voedingsstoffen. Dit maakt het mogelijk dat stoffen als L-selenomethionine en magnesiumaminochelaat voorlopig beschikbaar blijven. Hiermee kunnen de voedingssupplementenbedrijven in Nederland uit de voeten, vooral omdat het aantal ingediende veiligheidsdossiers groot is en voor een groot deel het bestaande pallet wat op de Nederlandse markt is, dekt.
Op andere gronden dan die van de veiligheidsdossiers, wat altijd het uitgangspunt van de NPN is geweest, stelt de ANH dat de meeste voedingsstoffen gewoon vrij verkrijgbaar blijven, omdat de richtlijn niet van toepassing is op natuurlijke vormen van vitaminen en mineralen, die normaal in de voeding te vinden zijn. De ANH claimt bovendien dat door het vonnis de Europese autoriteiten ertoe zijn gebracht om nu veel soepeler te zijn met het toelaten van voedingsstoffen. Het is nu zelfs aan de regelgever (EU-commissie) om te bewijzen dat een ingrediënt onveilig is, terwijl vóór de uitspraak de bewijslast bij de producent lag.
Zowel op basis van de uitgangspunten van de ANH als vanwege de veelheid van ingediende veiligheidsdossiers is de beschikbaarheid van vitamines en mineralen (en verbindingen) voorlopig gewaarborgd. Het wachten is nu op de eerste eindbeoordelingen van de veiligheidsdossiers door de EFSA. Dan zal ook duidelijk worden of de visie van de ANH dan wel die van de NPN bedoeld is door het Europees Gerechtshof.

Voor een volledig overzicht van stoffen waarvoor derogatie is verleend, is er op de site van het Nederlandse ministerie van VWS informatie (www.row.minvws.nl/content.aspx?cid=162). Via deze site is ook die van de Europese Commissie te benaderen.
Voor de interpretatie van de ANH: www.alliance-natural-health.org – Latest news: Why most vitamins won\'t be banned – 15 juli; \'ANH shines light on ECJ \'silver lining\' - 26 juli
Voor de interpreatie van de NPN: www.natuur-gezondheidsproducten.nl – persbericht nr.5, 2005 van 12 juli

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.