Vaccins en autisme

Een studie die onlangs werd gepubliceerd in het tijdschrift Environmental Science & Technology toont een verband aan tussen het gebruik van foetale cellen in vaccins en een toename van autisme.
Volgens de onderzoekers van de Amerikaanse overheidsinstelling Environmental Protection Agency (EPA) is 1988 een keerpunt als het gaat om een stijging van het aantal gevallen autisme. In dat jaar werd door de Advisory Committee on Immunization Practices een combinatievaccin tegen de mazelen, bof en rode hond toegestaan dat foetale cellen van geaborteerde baby’s bevatte. Ook in de jaren 1981 en 1995 nam het aantal gevallen van autisme toe. Twee jaar voor 1981 werd in de Verenigde Staten eveneens een dergelijk vaccin toegestaan en in het jaar 1995 werd een vaccin tegen waterpokken gebruikt waaraan foetale cellen waren toegevoegd.
De organisatie Sound Choice Pharmaceutical Institute (SCPI) pleit al lang voor helderheid omtrent het gebruik van geaborteerde baby’s in vaccins. Door middel van voorlichting en een specifiek keurmerk willen ze ouders attenderen op het risico van foetale cellen in vaccins. De organisatie verricht daarnaast onderzoek naar de impact van foetaal DNA op de hersenontwikkeling en ontstaan van autisme bij kinderen.
Al eerder werd een verband gelegd tussen vaccinatie en autisme waarbij het vingertje wees richting het gebruik van kwik in vaccins. Harde bewijzen zijn echter nauwelijks vindbaar. Een plausibelere verklaring is dat DNA in foetale cellen virussen bevatten die het DNA van gevaccineerde kinderen kunnen beschadigen.
De SCPI heeft de resultaten van de studies op de International Society for Autism Research in mei van dit jaar gepresenteerd. Van de MJ Murdock Charitable Trust ontving de SCPI dit jaar een donatie van meer dan een half miljoen dollar om de research voort te zetten.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+