Vis tijdens de zwangerschap

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee
Grootschalig onderzoek in Engeland heeft aangetoond dat moeders die in de tweede helft van hun zwangerschap veel vis eten, minder kans hebben dat hun kind achterblijft met de groei in de baarmoeder en dat de baby met een laag geboortegewicht wordt geboren.
Aan het onderzoek deden 11.585 zwangere vrouwen mee. Deze vrouwen kregen tijdens de 32e week van hun zwangerschap een vragenlijst over hun voedingsgewoonten. Hiermee werd de hoeveelheid omega 3-vetzuren die de moeders binnenkregen, berekend. De groei in de baarmoeder is achtergebleven wanneer de baby bij de 10% van de baby’s met het laagste geboortegewicht hoorde. Hierbij werd rekening gehouden met het geslacht en de tijd dat de foetus in de baarmoeder had gezeten.
Er werd gemiddeld 33 gram vis of 0,15 gram omega 3-vetzuren per dag geconsumeerd.
Er was een verband tussen het geboortegewicht en de inname van omega 3-vetzuren te zien. Wanneer er rekening werd gehouden met leeftijd, lengte, gewicht en opleiding van de moeder, rook- en drinkgewoonten gedurende de zwangerschap en of de moeder alleenstaand was of een echtgenoot had, was het verband te verwaarlozen.
De groep moeders die geen vis at, had ten opzichte van de moeders die het meeste vis aten, 1,85 keer zo veel kans op een baby waarvan de groei in de baarmoeder was achtergebleven. Bij correctie op de genoemde factoren werd dit verband gereduceerd tot 1,37 en verloor zijn significantie. De visconsumptie en de omega 3-vetzuurinname hadden geen invloed op de periode dat de foetus in de baarmoeder verbleef.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.