Volle melk en metabool syndroom

Het metabool syndroom, een hoge bloeddruk en diabetes komen minder voor wanneer relatief meer vollemelkproducten worden gegeten.

Voor het onderzoek werd gebruikgemaakt van gegevens van de Prospective Urban Rural Epidemiology (PURE) studie. Aan deze studie namen bijna 113.000 personen deel in een leeftijd van 35 tot 70 jaar, woonachtig in 21 verschillende landen van vijf continenten. Ze werden gedurende negen jaar gevolgd. In een cross-sectionele analyse werd het verband tussen de consumptie van zuivel en de prevalentie van het metabool syndroom onderzocht. Vervolgens werd een analyse uitgevoerd waarin het verband tussen melkproducten en de incidentie (het aantal nieuwe gevallen) van hypertensie en diabetes werd onderzocht.

De consumptie van minimaal twee porties zuivel per dag was geassocieerd met een significant lager vóórkomen van 24% van het metabool syndroom ten opzichte van geen melkconsumptie. Dit verband werd gezien met volle melkproducten, al dan niet in combinatie met magere varianten. Maar de relatie werd niet gezien met de consumptie van magere zuivel alleen. Uit de prospectieve analyses bleek dat tijdens de volgperiode bijna 24% van de volwassenen hoge bloeddruk kreeg en 4% diabetes. Dagelijkse inname van twee porties melkproducten. zowel volle als magere, was gerelateerd aan een significant kleinere kans op hoge bloeddruk en diabetes met respectievelijk 11% en 12%. Eenzelfde verband werd gezien voor volle melkproducten, maar niet voor hun magere varianten.

Hoewel de studie geen oorzakelijke relatie aantoont, is de consumptie van volle melkproducten geassocieerd met een lager vóórkomen van het metabool syndroom en kenmerken hiervan.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+