Zink en koper bij reuma

Veertig reumapatiënten werden geëvalueerd aan de hand van een zeven dagen voedingsdagboek en aan de hand van klinische en laboratoriumgegevens. De dagelijkse inname van zink en koper was vergelijkbaar met die van de gewone bevolking. De beste voorspelling voor spoorelementen in het plasma waren de parameters voor de mate van ziek zijn, en niet de voedingsfactoren. Een uitzondering hierop vormde een sterke correlatie tussen plasma koper en de verhouding van ingenomen koper en zink. Hieruit viel op te maken dat zink de koperopname verlaagt in het normale fysiologische bereik. De gemiddelde dagelijkse inname voor koper en zink zaten in het laagste gebied van de RDA’s. De auteurs concluderen dat de plasmawaarden voor koper en zink het sterkst bepaald worden door de activiteit en de omvang van het ontstekingsproces en niet door voedingsfactoren. De enige uitzondering vormt de remming van de koperopname door zink uit de voeding. Deze resultaten sluiten de mogelijkheid niet uit dat serumspiegels beïnvloedbaar zijn door farmacologische doses van deze spoorelementen. De vraag is evenwel of de veranderingen van de concentraties van spoor­elementen in het plasma ondergeschikt zijn aan ontstekingen. Het is niet zeker of suppletie gunstig zal zijn voor de patiënt. Er kunnen ook bijwerkingen verwacht worden als gevolg van de hoge farmacologische doses, evenals een verstoring van de delicate balans van koper en zink. Een zorgvuldig volgen van de patiënten tijdens de suppletie wordt door de auteurs benadrukt.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+