Selenium en dikkedarmkanker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee

Een suboptimale seleniumstatus is geassocieerd met een verhoogd risico van dikkedarmkanker.

In de European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition studie werden bij 520.000 deelnemers uit tien Europese landen bloedmonsters afgenomen waarin de concentraties van selenium en selenoproteïne P (SePP) werden bepaald. Bij 966 personen werd de diagnose dikkedarmkanker gesteld. Deze groep werd vervolgens vergeleken met een controlegroep van een gelijk aantal proefpersonen.   

De gemiddelde concentraties van selenium en SePP bedroegen bij de personen met dikkedarmkanker respectievelijk 84,0 mcg/l en 4,3 mg/l. Voor de gezonde controlepersonen waren deze concentraties respectievelijk 85,6 mcg/l en 4,4 mg/l. Een hogere seleniumstatus was geassocieerd met een 8% lager risico van dikkedarmkanker. De risicoreductie was niet significant. Echter, wanneer een onderscheid gemaakt werd naar geslacht bleek dat vrouwen met een hoge seleniumstatus met 17% significant minder kans hadden op dikkedarmkanker. Dit gold ook voor een adequate SePP-concentratie: een hoge concentratie van SePP leidde tot een significante risicoreductie van 11%. Ook hier was het verschil duidelijker voor vrouwen dan voor mannen.

De resultaten van deze Europese studie suggereren dat er een verband is tussen de seleniumstatus en het risico van dikkedarmkanker. In veel Europese landen is de inname van selenium onvoldoende. Mogelijk is dit een direct gevolg van een lage seleniumconcentratie in de landbouwgrond. 

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen