Vitamine A bij chronische leukemie

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee
Patiënten met chronische myoleïde leukemie (CML), werden behandeld met het chemotherapeuticum busulfan al of niet gecombineerd met de dagelijkse inname van vitamine A. Alle patiënten die in de chronische fase van CML verkeerden, kregen 8 milligram busulfan/m2/dag gedurende vier dagen iedere vier weken tot een chronisch stabiele fase in de leukocytentelling was bereikt. Een deel van de patiënten kreeg naast de busulfantherapie dagelijks oraal 50.000 IE vitamine A toegediend, in de vorm van Aquasol A. De actieve vorm van het vitamine-A-preparaat was aanvankelijk zuiver retinol. Na 1982 werd overgeschakeld op retinolpalmitaat. De vitamine-A-toediening werd ononderbroken voortgezet. Beide medicaties werden door de patiënten goed verdragen. Patiënten die busulfontherapie plus vitamine A kregen, hadden een iets langere klinische progressieve periode met een mediaan van 46 maanden en een langere totale overlevingsperiode met een mediaan van 51 maanden. Uitsluitend busulfan resulteerde in mediane perioden van 38 respectievelijk 44 maanden. Toepassing van multivariaatanalyse op de verkregen gegevens toont een 60 procent verhoogd risico op overlijden in de busulfangroep van CML patiënten ten opzichte van de toevoeging van vitamine A.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen