Nieuwe wetenschappelijke inzichten vormen een fundamentele basis voor de verklaring van de eigenschappen van
vitamine E.
Vitamine E werd ontdekt toen bleek dat de voortplanting van ratten in gevaar kwam wanneer ze een dieet volgden, tenzij tarwekiemolie aan het dieet werd toegevoegd. De vitamine in de
olie werd vitamine E genoemd. Sindsdien worden aan vitamine E diverse eigenschappen toegekend waaronder zijn antioxidatieve werking en invloed op de
genexpressie de bekendste zijn. Ook is een aangeboren
ziekte ontdekt,
ataxie met vitamine E-deficiëntie, die wordt gekenmerkt door een verminderde alfatocoferolconcentratie in het
bloedplasma door een genmutatie. In diverse studies is aangetoond dat de vitamine van invloed is op de
angiogenese (bloedvatvorming uit endotheelcellen) en vasculogenese (bloedvatvorming uit stamcellen). Onlangs werd in de placenta van drachtige schapen gezien dat de vitamine dit waarschijnlijk doet door stimulatie van de expressie van de vasculaire endotheliale groeifactor (VEGF). De gefosforyleerde vorm van
alfatocoferol blijkt de expressie van VEGF te stimuleren.
Een toename van de VEGF-expressie met als gevolg een toename van de angiogenese en vasculogenese kan diverse eigenschappen van vitamine E verklaren waaronder zijn belangrijke rol in de voortplanting, bij
pre-eclampsie (
zwangerschapsvergiftiging),
ischemie en wondgenezing.