Voeding: 64% van ADHD-kinderen grote gedragsverbeteringen

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

8 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee
Het bleek zinvol om een strikt eliminatiedieet onder deskundige begeleiding standaard toe te passen bij kinderen met ADHD en/of ODD (opstandige gedragsstoornis). Een IgG-bloedonderzoek blijkt weinig nut te hebben om vast te stellen op welke voedingsmiddelen een kind met ADHD reageert.
Voor het onderzoek werden 100 kinderen met ADHD, waarvan de helft ook ODD had, verdeeld in een controlegroep en een dieetgroep. Tijdens de eerste fase van het onderzoek kreeg de controlegroep adviezen over gezonde voeding, de dieetgroep volgde gedurende 5 weken een individueel eliminatiedieet (Restricted Elimination Diet; RED). Gedragsmetingen werden verricht door een kinderarts die geblindeerd was voor de groep waarin het kind zat. Bij alle kinderen werd twee of drie keer bloedonderzoek uitgevoerd.
Kinderen in de dieetgroep die gedragsverbeteringen vertoonden van minstens 40% (responders) gingen na het RED verder met de tweede fase van het onderzoek. Twee verschillende groepjes van 3 voedingsmiddelen werden om de beurt toegevoegd aan het RED. De twee voedingsgroepjes (provocaties) werden door een diëtiste samengesteld aan de hand van de resultaten van het bloedonderzoek. Eén provocatie bestond uit voeding waartegen een hoog antistofgehalte (IgG) werd gevonden in het bloed, de andere bestond uit laag-IgG voeding. Deze fase was 'dubbelblind', ofwel ouders en onderzoekers waren niet op de hoogte van de samenstelling van de groepjes. Kinderen uit de controlegroep kregen na afloop van het onderzoek de mogelijkheid om te starten met het RED.
Aan het eind van het RED vertoonden 32/50 (64%) kinderen van de dieetgroep grote gedragsverbeteringen. Deze gedragsverbeteringen werden zowel door ouders als leerkrachten geconstateerd. Bij al deze kinderen was er na het RED geen sprake meer van ADHD. Dezelfde resultaten werden gevonden voor ODD. Na het RED was bij 60% van de kinderen geen sprake meer van ODD. Bij de responders namen alle gedragsproblemen gemiddeld met 80% af. In de controlegroep was er geen verschil in het gedrag van de kinderen meetbaar. Tijdens de tweede fase van het onderzoek reageerden de kinderen met gedragsverslechtering op beide provocaties, dus zowel op de hoog-IgG provocatie als op de laag-IgG provocatie.
Een volgende stap na dit onderzoek is of ADHD/ODD veroorzaakt wordt door een voedselovergevoeligheid.

Puntsgewijs kan het onderzoek als volgt worden samengevat (bron: NIEUWSBRIEF voor voeding en gedrag; Marjan de Boer, Stichting VoedselAllergie; februari 2011):
1. Na RED voldoet 64% van de kinderen met ADHD niet meer aan de criteria voor ADHD. Zowel volgens geblindeerde metingen als volgens ouder- en leerkrachtmetingen.
2. Het RED heeft hetzelfde effect op ODD die bij driekwart van de kinderen met ADHD ook voorkomt, en waarvoor (nog) geen medicijnen bestaan. Kinderen met ADHD en ODD hebben een slechtere prognose (vroegtijdig schoolverlaten, drugs gebruik, criminaliteit).
3. De conclusie van de INCA-studie is dat een 5 weken durend RED standaard toegepast zou moeten worden bij jonge kinderen met ADHD/ODD, om te onderzoeken of ADHD/ODD veroorzaakt wordt door een overgevoeligheid voor voeding.
4. Er is gezocht naar het werkingsmechanisme (hoe doet die voeding dat nou), er is gekeken naar een allergisch mechanisme (IgE en IgG antistoffen in het bloed), maar de conclusie is dat er geen allergisch mechanisme is. Bij kinderen met ADHD is bloedonderzoek naar antistoffen (IgE, IgG) dus niet zinvol. Blijkbaar is er sprake van een niet-allergische overgevoeligheidsreactie.
5. Als het gedrag van een kind na 5 RED-weken normaliseert (er is op dat moment geen sprake meer van ADHD/ODD,) dan gaat het verder met een vervolgonderzoek om uit te zoeken op WELKE voedingsmiddelen het reageert. Elke week wordt een voedingsmiddel toegevoegd. Als terugval in gedrag, dan dat voedingsmiddel vermijden. Uiteindelijk hoeven slechts een beperkt aantal voedingsmiddelen vermeden te worden. Dat zijn er gemiddeld een stuk of vijf. Het is geen acute allergische reactie, dus het zo nu en dan eten van dat product, zal geen probleem zijn. Het dieet wordt dus uiteindelijk behoorlijk normaal, met slechts enkele beperkingen.

Aanvullende opmerkingen:
6. Lange termijneffect: uit drie eerdere dbpc-foodchallenge onderzoeken is gebleken dat het effect ook op de langere termijn blijft bestaan. Die kinderen werden ruim een jaar gevolgd. De INCA-studie vindt hetzelfde in de follow-up (sommige kinderen zijn nu 1,5 jaar bezig, effect is er nog steeds). Het is moeilijk voor ouders om zo lang bezig te zijn met uitzoeken, en ze hebben moeite met de herhaalde terugvallen in het gedrag van het kind tijdens het vervolgonderzoek. Dus er moet goede coaching komen tijdens het onderzoekstraject, zodat ouders dat ook makkelijker volhouden.
7. Er is niet alleen geld nodig voor goede coaching tijdens het vervolgonderzoek, er is vooral ook geld nodig voor meer onderzoek naar het werkingsmechanisme. Als we weten HOE het werkt, dan kan het hele dieetonderzoek wellicht gemakkelijker worden. Er zouden kosten nog moeite gespaard moeten worden om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen deze kans krijgen, en dat het onderzoek ook zo gemakkelijk mogelijk wordt.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen