Coprofagie beïnvloedt darmmicrobiota

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee
Knaagdieren zoals muizen en konijnen worden vaak gebruikt voor onderzoek naar de microbiota van de dunne darm. Nu blijkt echter dat coprofagie, het eten van de eigen ontlasting, door knaagdieren een significante invloed heeft op hun darmmicrobiota en daarmee op uitkomsten van studies naar de absorptie van geneesmiddelen en nutriënten in de dunne darm. In het experiment werd onderzocht of de samenstelling van de darmmicrobiota verschilde tussen muizen met coprofagie en muizen waarbij het eten van de eigen ontlasting onmogelijk werd gemaakt. Het eten van de eigen ontlasting leidde ertoe dat bacteriën uit de dikke darm terechtkwamen in de dunne darm. Dit had een significante invloed op de samenstelling van de microbiota van de dunne darm, zo bleek uit het experiment. Muizen die hun eigen poep aten hadden honderd keer meer bacteriën in de dunne darm en de galzouten in de dunne darm waren minder geconjugeerd dan bij muizen zonder coprofagie. De conditie van de dunne darm van muizen zónder coprofagie vertoonde meer gelijkenissen met die van de humane dunne darm. Door coprofagie worden bacteriën van de dikke darm in de dunne darm gebracht. Dit verandert de conditie en microbiële samenstelling van de dunne darm. Dit gegeven moet in ieder geval nu in ogenschouw worden genomen bij experimenten met knaagdieren.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.