Kankerrisico bij lage cysteïne en vitamine B2

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee
Lage gehaltes van cysteïne en riboflavine worden in verband gebracht met een verhoogde incidentie van maagkanker en slokdarmkanker. Dit is onderzocht in een studie in China door Dr Mark. In 1985 zijn bij 30.000 mensen de gehaltes van B-vitamines, homocysteïne en cysteïne bepaald. Tussen 1986 en 1991 zijn 498 gevallen van slokdarmkanker en 255 gevallen van maagkanker geconstateerd. Tevens was er een controlegroep van 913 personen. Van de deelnemers had 50% een riboflavine- en een vitamine-B12-deficiëntie en 30% had een tekort aan foliumzuur en vitamine B6. De homocysteïneconcentraties waren verhoogd. Een nieuwe bevinding was dat het aminozuur cysteïne in verband gebracht werd met een verhoogd risico op kanker. Een verhoging van het cysteïnegehalte van een kwart verminderde het aantal gevallen van slokdarmkanker met 12% en darmkanker met 18%. Volgens Dr Mark komt dat doordat cysteïne een rol speelt bij de afweer en detranscriptie van de genen. Tussen homocysteïneconcentratie en kanker is geen relatie gevonden. Ook werd voor het eerst de relatie aangetoond tussen riboflavine en een verminderd risico op kanker. Een verhoging van riboflavine met een kwart leidde tot een vermindering van slokdarmkanker van 6%. Deze bevindingen zijn geen aanleiding om veel van deze vitamines te gaan gebruiken, omdat in China de vitamine-B-status erg laag was.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen