Mechanisme ‘hot flush’ door niacine

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

4 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee
Aan het begin van de twintigste eeuw ontdekten artsen in de Verenigde Staten dat schizofreniforme psychosen en de mentale stoornissen tengevolge van de vitamine B3-gebreksziekte pellagra opmerkelijke overeenkomsten vertoonden. Door dr. Abram Hoffer en collega’s werd vanaf de jaren vijftig aandacht besteed aan dit fenomeen. Vastgesteld kon worden dat tot 80% van patiënten met schizofrenie een hoge tolerantie voor vitamine B3 in de vorm van niacine hadden. Gezonde personen ervaren al snel een ‘hot flush’ na de inname van 50 tot 100 milligram niacine. De arts-onderzoeker dr. David Horrobin introduceerde een diagnostische huidtest met niacine. Hierin werd bevestigd dat de overgrote meerderheid van schizofreniepatiënten een sterk afgevlakte reactie op niacine vertoonde vergeleken met gezonde personen.
Recentere studies hebben meer duidelijkheid kunnen brengen in het mechanisme van de ‘hot flush’-respons op niacine. In het limbisch systeem van de hersenen, meer exact in de cortex cingularis anterior, werden in 2003 receptoren met hoge specificiteit voor niacine gevonden. Het betrof de typen HM74 en HM74A met respectievelijk een lage en een hoge affiniteit voor niacine. De binding van niacine aan HM74A activeert het enzym cyclo-oxygenase in de arachidonzuurcascade waardoor de prostaglandinen E2 en D2 gevormd worden. PGE2 en PGD2 zijn verantwoordelijk voor de vaatverwijding van capillaire vaten in de huid wat als ‘hot-flush’ zichtbaar en voelbaar wordt.
Door dr. Christine Miller van Johns Hopkins University en dr. Jeanette Dulay van Uniformed Services University of the Health Sciences werd de expressie van HM74-receptoren in post mortem hersenweefsel bestudeerd. De weefselmonsters waren afkomstig van patiënten met schizofrenie, van patiënten met bipolaire stoornis en van normale controlepersonen. In weefsel uit de cortex cingularis anterior van het limbisch systeem van patiënten met bipolaire stoornis en van normale controlepersonen werden voor de HM74-receptoren geen afwijkingen gevonden. Daarentegen was de HM74A-receptor met hoge affiniteit voor niacine significant verlaagd bij patiënten met schizofrenie. De relatieve waarde voor HM74A bedroeg 0,56 ten opzichte van controlepersonen en voor patiënten met bipolaire stoornis.
De verkregen resultaten zijn in overeenstemming met de vaker gerapporteerde afgevlakte respons op niacine voor personen met schizofrenie. De bevinding dat een tekort aan de receptor HM74A een basiskenmerk is voor veel personen met schizofrenie biedt een reëel perspectief voor meer zinvol onderzoek naar de effecten van niacine. De onderzoekers concluderen dan ook dat de vroegere klinische studies uitgevoerd door Abram Hoffer bij schizofreniepatiënten opnieuw moeten worden geëvalueerd in het licht van deze nieuwe bevindingen.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen