Lage tryptofaaninname bij depressieve ouderen

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee
Ouderen met een depressie eten minder tryptofaanrijke voeding dan jongvolwassenen en ouderen zonder een depressie. Tryptofaan is een essentieel aminozuur en de enige voorloperstof van de neurotransmitter serotonine. Als zodanig is een tekort aan tryptofaan gerelateerd aan depressies. Aan het onderzoek namen negentig proefpersonen deel. Het betrof een groep van dertig jongvolwassenen, een groep van dertig ouderen zonder depressieve klachten en een groep van dertig ouderen met een depressie. Op basis van het voedingspatroon werd de inname van tryptofaan geschat. Tevens werden in de urine biomarkers bepaald die inzicht gaven in het tryptofaanmetabolisme. Het bleek dat ouderen met depressieve klachten gemiddeld significant minder tryptofaan via de voeding binnenkregen ten opzichte van de andere groep ouderen en de jongvolwassenen. Tevens waren de concentraties van de biomarkers l-kynurenine, kynureninezuur, xanthureenzuur en chinolinezuur in de urine verhoogd bij de depressieve ouderen. De resultaten laten zien dat ouderen met een depressie minder tryptofaanrijke voeding consumeren en dat hun metabolisme van tryptofaan anders verloopt. Producten rijk aan tryptofaan zijn onder andere chocolade, bananen, haver, pinda’s, melk, gevogelte (kip en kalkoen) en sommige zaden (sesam). Tryptofaan of zijn voorloper 5-HTP zijn ook als supplement verkrijgbaar.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen