Chroom bij glucose-intolerantie

Bij ratten werd het effect van chroom onderzocht op de glucosetolerantie bij hoge bloeddruk met insulineafhankelijke diabetes. Drie groepen ratten werden gebruikt: spontaan hypertensieve ratten met een verhoogde gevoeligheid voor beroertes en Wistar Kyoto ratten met een normale bloeddruk mét en zonder streptozotocine-geïnduceerde diabetes. Een deel van de ratten uit elke groep kreeg intraperitoneale een chroom-oplossing van 20 Fg chroom per kilogram lichaamsgewicht/dag gedurende vier weken, andere ratten uit elke groep deden dienst als controle. Het plasmaglucose en het plasma-insuline werden gedurende een intraperitone­ale glucosetolerantie test gemeten en de insuline-activiteit van geïsoleerde vetcellen werd bestudeerd. Van de groepen hadden de diabetische, spontaan hypertensieve ratten de hoogste bloedsuikerspiegels en de laagste insuline-waarden in het plasma. Toediening van chroom leidde in deze groep tot de grootste afname in de bloedsuikerspiegel, overigens zonder dat een significant effect gezien werd op insuline gedurende de intraperitoneale glucose tolerantie test. Bij de diabetische, spontaan hypertensieve ratten was de glucoseopname in geïsoleerde vetcellen in de chroom-gesuppleerde groep hoger dan in de controle groep, hetgeen wijst op een verhoogde gevoeligheid van de cellen voor insuline door het chroom. Er werd eveneens een verlaging van de bloedsuikerspiegel en een lager insuline-niveau in de andere groepen gevonden bij chroom-suppletie, vergeleken met de controle groep. De auteurs concluderen dat chroom de diabetische conditie of de glucose intolerantie welke gezien wordt bij ernstige essentiële hypertensie – zoals bij de spontaan hypertensieve ratten – verbetert en dat dit effect mogelijk bewerkstelligd wordt via een versterkte werking van insuline.

Woordenlijst

ORTHO magazine

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+