Hyperactief door additief
Onder redactie van Ortho Institute
Voor het onderzoek werden 1873 kinderen van drie jaar oud gescreend op de aanwezigheid van hyperactiviteit. Bij 1246 van deze kinderen werd met een huidprik vastgesteld of ze een atopie hadden. Vervolgens werden de kinderen in vier groepen verdeeld. Een groep met hyperactiviteit, atopie, beiden en geen van beiden. Alle kinderen kregen gedurende een week een dieet waar geen kunstmatige kleurstoffen in zaten. Ook het conserveermiddel benzoaat kwam niet in dit dieet voor.
In de drie weken die hierop volgde, kregen ze dagelijks een drank met 20 mg kunstmatige kleurstof en 45 mg benzoaat of een placebodrank die uit fruit bestond, maar er precies hetzelfde uitzag. In deze drie weken wisselden perioden met de additievendrank en de placebodrank elkaar af. Zowel kinderen als ouders wisten niet wat er werd gedronken. De ouders beoordeelden het gedrag van hun kind gedurende deze weken.
In de eerste week, waarin de additieven niet werden geconsumeerd, namen de ouders een verminderd hyperactief gedrag waar. In de perioden dat de kinderen de placebodrank kregen, was de hyperactiviteit volgens de ouders minder gestegen dan bij de additievendrank. De aanwezigheid van hyperactiviteit of atopie in de kinderen had hier geen invloed op. De ouders bleken wel in staat om de veranderingen waar te nemen, maar een simpele klinische test niet.
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.