Vegetariërs moeten letten op hun carnitine

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee
Vegetariërs hebben een lagere concentratie L-carnitine in de spieren ten opzichte van vleeseters. Van de totale carnitineconcentratie bevindt 95% zich in de skeletspieren waar de stof een belangrijke rol speelt in de energievoorziening.
Bij 41 vegetariërs en vleeseters werden twee experimenten uitgevoerd. In het eerste experiment kregen de proefpersonen gedurende 5 uur een intraveneus infuus met carnitine. De insulinespiegel werd in eerste instantie hoog gehouden (ter bevordering van de carnitine-opname) om vervolgens te dalen tot een concentratie die in nuchtere toestand wordt aangetroffen. In het tweede experiment werd oraal 3 gram L-carnitine toegediend.
De carnitineretentie was bij vegetariërs significant hoger. Dit bleek uit het feit dat in de 24-uurs urine 58% minder carnitine werd aangetroffen. De carnitineconcentratie in het bloedplasma was bij de vegetariërs met 16% significant lager dan bij de vleeseters. De concentratie in de spieren was met 33% significant lager en de expressie van de carnitinetransporter was 37% minder. Bij vleeseters nam de carnitineconcentratie met 15% significant toe onder invloed van intraveneuze toediening in combinatie met hyperinsulinemie. Bij de vegetariërs had dit geen effect, ook niet bij een nuchtere insulinespiegel. Wel was de carnitinesecretie met 55% significant lager na orale inname van L-carnitine.
Na zware inspanning kunnen vegetariërs een functioneel tekort hebben aan carnitine doordat de concentratie in en het transport naar de spieren minder is dan bij vleeseters.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen