Bij patiënten met
brandwonden zijn er een aantal veranderingen in de stofwisseling waarneembaar. Zo ziet men bij deze patiënten een toename in productie en verbruik van
glucose, een langzamer vetmetabolisme en een versnelling van de anabole en katabole proteïnenstofwisseling. Ook hebben deze patiënten verhoogde concentraties van
tromboxanen en prostaglandines in het bloed en in de weefsels. Deze metabolieten kunnen een immunosuppressief effect en een vernauwing van de vaten tot gevolg hebben. Via de voeding is preventie van de synthese van deze stoffen mogelijk.
omega 3-
vetzuren afkomstig uit visolie worden via het
enzym cyclooxygenase omgezet tot prostaglandines van het type 3. Deze prostaglandines hebben geen immunosuppressief effect. Door de omega 6-vetzuren te vervangen door omega 3-vetzuren kan immunosuppressie worden voorkomen.Enterale voeding kan voordelig zijn bij patiënten met brandwonden, maar het veroorzaakt ook vaak
diarree. Het al dan niet optreden van diarree, blijkt verband te houden met het gebruik van cimetidine, antibiotica, veel
vet en een afname van
vitamine A in de voeding. Bij de samenstelling van de voeding zou 20% van de calorieën afkomstig moeten zijn uit proteïnen, 50% uit
koolhydraten en de rest uit vet. Uit dierexperimenten is gebleken dat suppletie met
arginine de lymfocyt blastogenase verbetert. Het is aan te bevelen om bij patiënten met brandwonden de hoeveelheid arginine in de voeding te verhogen.
Glutamine is van nut gebleken bij patiënten met een trauma, maar het is niet bekend of het ook gunstig werkt bij brandwonden. Waarschijnlijk hebben patiënten met brandwonden ook een verhoogde behoefte aan bepaalde vitamines. Nog niet bekend is aan welke vitamines in het bijzonder en in welke hoeveelheden. De onderzoekers achten het verstandig in ieder geval een multivitamine te geven in combinatie met 500 mg
vitamine C en 10.000
IE.vitamine A. Bij kinderen de helft.
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.