Vitamine E en metabool syndroom

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee

De biologische beschikbaarheid van vitamine E is lager bij personen met het metabool syndroom.

Aan de crossover-studie namen tien personen met het metabool syndroom deel. Ze kregen in willekeurige volgorde 15 mg gelabelde alfatocoferol met 240 ml vetarme melk (0,2 gram vet), halfvolle melk (4,8 gram vet) of volle melk (7,9 gram vet) met intervallen van 72 uur. Na iedere toediening werden bloedmonsters afgenomen.

In vergelijking met gezonde proefpersonen hadden de deelnemers met het metabool syndroom bij aanvang van de studie significant lagere vitamine E-concentraties in het bloedplasma. Tevens werden significant hogere concentraties van geoxideerd LDL-cholesterol gezien, evenals hogere concentraties van de ontstekingsmarkers IL-6, IL-10 en CRP. In vergelijking met de gezonde deelnemers hadden personen met het metabool syndroom een lagere absorptie van vitamine E (30% versus 26%). Tevens werden lagere plasmaconcentraties gevonden na inname van de vitamine en waren de concentraties van vitamine E in lipoproteïnen (chylomicronen, VLDL, LDL en HDL) lager dan bij de gezonde proefpersonen. Dit laatste was gerelateerd aan een toename van de oxidatie van LDL en verhoogde concentraties IL-6, IL-10 en CRP.

De biologische beschikbaarheid van vitamine E blijkt lager bij personen met het metabool syndroom. Mogelijk komt dit doordat inflammatie en oxidatieve stress de opname van de vitamine in de darm en/of de verwerking van de vitamine in de lever verstoort. De resultaten suggereren dat personen met het metabool syndroom meer vitamine E tot zich moeten nemen. 

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen