Voeding en suppletie verminderen risico reuma

Bètacryptoxanthine, vooral te vinden in zuidvruchten, en suppletie met zink voorspelden significant voor reumatische artritis.
Dit is de bevinding van dr. James Cerhan van de Mayo Clinic in Rochester, Minnesota. In 1986 werd gestart met een studie waaraan 29.368 vrouwen tussen de 55 en 69 jaar meededen. Tot in 1997 werden er 152 nieuwe gevallen geconstateerd van reumatische artritis.
Bij inname van bètacryptoxanthine (gemiddeld 87 mcg per dag) was het risico van de ziekte significant 41% lager in de hoogste tertiel versus de laagste. Ook een verband, evenwel niet significant, werd gevonden voor vitamine C-suppletie (30% minder kans bij hoogste – gemiddeld 250 mg – vergeleken met laagste – gemiddeld 145 mg – tertiel). Hetzelfde gold voor vitamine E-suppletie (28% minder kans bij hoogste – gemiddeld 20 IE – vergeleken met laagste tertiel).
Er werd geen verband gevonden voor de inname van de carotenoïden alfacaroteen, bètacaroteen, luteïne of zeaxanthine. Zinksuppletie met gemiddeld meer dan 15,5 mg zink liet een daling van het risico zien van 61% (significant), 1,7 mg kopersuppletie een afname van 46% en 3,17 mg mangaansuppletie een afname van 50% (beide niet significant).
Het risico van reumatische artritis was door het gebruik van fruit niet significant met 28% afgenomen en door de consumptie van kruisbloemige groenten met 35%, ook niet significant.
Bronnen van bètacryptoxanthine zijn papaja’s, rode paprika’s, mandarijntjes, mango’s, nectarines, passievrucht en sinaasappels. Tot de kruisbloemigen behoren naast broccoli ook witte kool, chinese kool, koolraap, wortel en radijs.

Woordenlijst

ORTHO

vaktijdschrift

JAARABONNEMENT € 87,80

Ortho
bibliotheek

Meld u aan voor één of meer van de gratis nieuwsbrieven.Nieuwsbrief ontvangen
+
x

5

Gratis artikelen

Abonnement | Login