Zoetstoffen en darmflora van nageslacht

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker Gert Schuitemaker

Onder redactie van Dr. Gert Schuitemaker

2 min

Per 48 uur kun je als gast 5 artikelen gratis lezen; dit is gratis artikel 1 van 5.

Neem een digitaal abonnement  of Inloggen als abonnee

De consumptie van de zoetstoffen aspartaam en stevia tijdens de zwangerschap is van invloed op de darmmicrobiota van het nageslacht en is geassocieerd met gewichtstoename.

In het experiment kregen 36 zwangere ratten voeding rijk aan vet en sucrose. Een deel van de ratten kreeg daarbij 5 tot 7 mg aspartaam of 2 tot 3 mg stevia per kilogram lichaamsgewicht. 

De consumptie van zoetstoffen door de aanstaande moederratten leidde tot een veranderde samenstelling van de darmflora bij hun nakomelingen. Er werd een toename gezien van darmmicroben die propionaat en succinaat produceerden. Een toename van deze microben ging gepaard met een hoger lichaamsgewicht, vetpercentage en levergewicht bij het nageslacht. Tevens werd een afname gezien van bacteriën die in staat zijn lactose te verteren. Er werden ook individuele effecten gezien van aspartaam. Zo ging de consumptie van aspartaam gepaard met een toename van Akkermansia muciniphila, een darmbacterie die betrokken is bij de omzetting van succinaat in propionaat. Onder invloed van aspartaam werd bovendien een afname gezien van lactobacillen die betrokken zijn bij de vorming van pyruvaat en lactaat. Deze effecten werden niet bij stevia gezien. 

De consumptie van aspartaam en stevia tijdens de zwangerschap, leidt bij nakomelingen van ratten tot een veranderde darmflora, een hoger vetpercentage en groter risico op overgewicht. Of dit ook bij mensen zo is, moet nog nader onderzocht worden.

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijft op de hoogte van het laatste orthomoleculaire nieuws.

Gerelateerde artikelen